7 Dec

Lies Visschedijk: Soof 2 is een ode aan jezelf

Met Soof 2 is ’s lands favoriete kokkin terug in de bioscoop. Metro sprak met actrice Lies Visschedijk over slappe thee, leuke mannen en Soofs scheiding. Je vertelde eerder een beetje bezorgd te zijn over het script voor Soof 2. Waarom? Lies Visschedijk: Zo’n deel twee is best wel een beetje gevaarlijk. Want het laatste wat je wilt is twee keer thee zetten van hetzelfde theezakje. Dan krijg je slappe thee en dat wil niemand. Ik vond dat áls we het zouden doen, iedereen moest denken: dit verhaal, dat moeten we vertellen. Dat hebben we met de scheiding gevonden. Dit is zo’n goed en dwingend gegeven. Mensen die uit elkaar gaan, een gezin dat uit elkaar valt, je wil weten hoe deze mensen dat gaan doen. Soof werd een ode aan de liefde genoemd, is Soof 2 dan een ode aan de scheiding? Het is vooral een ode aan het leuk hebben met jezelf. Dat je niet alleen maar bestaat in relatie tot anderen, maar zelf ook een fijn nestje moet bouwen. Dat. Lees ook: Metro loopt mee op de set van Soof 2 De scheiding gaat er vrij vredig aan toe. Had je niet wat meer willen schreeuwen en gooien met dingen? Ik denk dat zij die slaan-en-schopfase al hebben gehad. Dat die scheiding er komt, is voor Soof en Kasper eerder een enorme opluchting. Maar inderdaad, we hebben ervoor gekozen om het gedoe over geld en zo niet te laten zien. We wisten niet of de kijker daarop zou zitten te wachten. Iets als ‘wie krijgt de Friese staartklok?’ past niet bij deze personages. Ik denk ook dat als je niet meer elkaars partner bent, er niet meer zoveel te halen valt uit een ruzie. Soof wordt natuurlijk wel weer verliefd. Was je voor de auditie met Achmed Akkabi net zo zenuwachtig als destijds voor die met Dan Karaty, waarbij je zelfs rood werd? Ik was vooral heel erg verlegen. Ik vond het allemaal supereng. We hebben voor die rol helemaal niet met heel veel mannen auditie gedaan, maar de mannen die kwamen vond ik allemaal wel heel leuk. Doodeng dus. Maar wat heel leuk was bij Achmed is dat hij heel bedachtzaam en minutieus is, en ik van nature juist heel zenuwachtig ben. Er was een totaal tegenovergestelde energie en dat werkte heel goed. Ook in de film.   Tussen Soof en Soof 2 zit drie jaar. Denk je in die tussentijd dan weleens aan haar? Wel in die zin dat ik haar soms wel een beetje mis. Dat ik opeens denk van ‘hoe zou het met dat restaurant zijn?’ ‘Zou ze nog met die ene man zijn?’ Gelukkig gaan we volgend jaar een tv-serie maken, dus wat dat betreft wordt dat verlangen wel ingelost. Ben je zelf betrokken bij het ontwikkelen van Soof de tv-serie? Niet zoveel als de schrijvers, natuurlijk. Mijn betrokkenheid komt vooral kijken als de dialogen worden geschreven en hoe iets straks wordt gespeeld. Het voordeel is dat als de mensen die het schrijven goed zijn, dat je het dan wel kunt overgeven. En dat kan bij Marjolein Beumer. Binnenkort hebben we met zijn allen een brainstorm over de serie. Naar Soof gingen in 2013 zo’n 800.000 mensen kijken. Hoe is het nu met de zenuwen? Ik ben er wel rustig onder. Ik vind de film heel goed geworden. Het is een heel dwingend verhaal dat je ook heel goed los kunt zien van Soof 1. Ik denk dat de mensen die er nu heen willen gaan, blij zijn met wat ze zien. Ik heb ook het gevoel dat het wel gaat lopen. En als dat niet zo is, dan hebben we gewoon een hele goede film gemaakt waar ik trots op ben. Uiteindelijk is dat het belangrijkst. De film Soof 2 draait vanaf donderdag 8 december in de bioscoop  

Kabinet: Nederland klimaatneutraal in 2050

Het aardgas moet uit de Nederlandse samenleving verdwijnen, de wettelijke verplichting voor aansluiting van huizen op het gasnetwerk komt te vervallen en er worden geen gasleidingen meer gelegd in nieuwbouwwijken. Met een serie doelstellingen hoopt het kabinet te bereiken dat Nederland in 2050 klimaatneutraal wordt.  Windmolenparken op zee worden uitgebreid, de verwarming van woningen, gebouwen en tuinkassen wordt duurzaam gemaakt en vanaf 2035 zijn er alleen nog maar elektrische auto's of auto's die op waterstof rijden te koop. De ambitie van het kabinet is om de CO2-uitstoot binnen 34 jaar naar nul te brengen. Dat staat in de Energieagenda die minister Henk Kamp van Economische Zaken (VVD) woensdag heeft gepresenteerd. Lees ook: “Het klimaat is anders geworden” Doelstelling Energieakkoord in zicht „De transitie naar een CO2-arme energievoorziening is definitief ingezet, er is geen weg terug", aldus minister Kamp. „We moeten ons realiseren dat de omschakeling naar een CO2-arme economie grote investeringen vereist. Het kabinet zet in op beleid waarmee de energietransitie kosteneffectief gemaakt kan worden. De kostenbesparing die gemaakt is bij wind op zee heeft al laten zien dat dit mogelijk is." Lees ook: Emotionele Jan Terlouw houdt bijzonder pleidooi In 2013 heeft het kabinet het Energieakkoord gesloten. Daarin wordt gesteld dat de Nederlandse energievoorziening in 2023 voor 16 procent uit hernieuwbare energie moet bestaan. Uit de Nationale Energieverkenning van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat deze doelstelling in zicht is.  Echter de doelstelling van 14 procent duurzame energie in 2020, zoals in Europees verband is afgesproken, gaat niet gehaald worden. Dit bericht wordt aangevuld.

Gebrek aan schaatshelden

De kijkcijfers liegen er niet om. Schaatsen wordt steeds minder populair in Nederland. Waar ligt dat aan? Maar liefst 3,2 miljoen mensen waren getuige toen Sven Kramer in 2007 voor het eerst het WK allround won. Dit jaar daalde dat aantal tot 1,2 miljoen kijkers. Sportmarketeer Frank van den Wall Bake zegt dat schaatsen kampt met een overvolle agenda en te veel wedstrijden en dat er daardoor minder mensen voor schaatsen de tv aanzetten. „In het schaatsen wordt snel de fout gemaakt dat er geen aandacht wordt besteed aan minder is meer. Elk weekend zijn er wedstrijden op televisie te zien en voor de kijker is het te veel. Je weet niet meer waar je naar zit te kijken. De schaatsers nemen die wereldbekerwedstrijden zelf ook niet altijd serieus en soms gaan ze er niet eens naartoe. EK’s en WK’s zijn daarentegen wel populair bij de schaatsers.” Koppelen Oud-schaatser Rintje Ritsma heeft een oplossing om wereldbekerwedstrijden weer mee te laten tellen. „Je zou de wereldbekerwedstrijden moeten koppelen aan de WK afstanden. Zo voorkom je dat schaatsers gaan kiezen wanneer ze wel of niet een wedstrijd rijden. De wereldbekerwedstrijden moeten dienen als kwalificatie voor het WK, waardoor de schaatsers de wereldbeker ook serieuzer gaan nemen. Nu staan deze nog los van elkaar.” Van den Wall Bake legt de schuld bij de internationale schaatsbond. „De ISU wil zijn eigen wedstrijden hebben en waarom die er zijn is eigenlijk niet goed beargumenteerd.” Lees ook: Kramer blijft tot en met 2018 bij Lotto Oud-schaatsverslaggever van de NOS Mart Smeets: „De sport verandert niet, maar de mens. De sport moet je niet aanpassen, maar je kunt wel de uitzendingen veranderen. Tegenwoordig wil men alles in een paar seconde zien.” Hier kan Van den Wall Bake zich ook in vinden. „Je kunt ervoor kiezen om minder uit te zenden. De Nederlandse schaatsbond KNSB zou daar afspraken over moeten maken met de NOS. Sommige afstanden hoef je niet live uit te zenden. Je kunt ook samenvattingen van de 10km laten zien.” Concurrentie Er wordt weleens gezegd dat het saai is om naar schaatsen te kijken. Tegen de klok in rondjes rijden en aan het eind van de rit hangt er een gouden medaille om de nek van Kramer. Er is geringe concurrentie en dat maakt het minder spannend. Van de Wall Bake zegt dat dit bij sport hoort. „Sport is dominantie en dominantie is mooi. Te weinig concurrentie is een secundair probleem.” Ritsma vult aan: „Steeds meer schaatsers gaan zich specialiseren op een afstand of krijgen te maken met blessures en vallen weg. Er is dan minder concurrentie, maar je kunt Kramer niet verwijten dat hij zo goed is. Ik mis meer échte schaatshelden als Kramer. Er zijn te veel wedstrijden waar je kunt winnen en dat maakt het winnen minder speciaal.” Opleuken De KNSB doet er alles aan om het oer-Hollandse schaatsen weer populair te maken voor de toeschouwer. De massastart en ploegenachtervolgingen zijn volgens Van den Wall Bake goede toevoegingen. Er is ook gesproken om de 10km als geheel af te schaffen, maar volgens Ritsma is dat niet de oplossing. Smeets zegt dat je de sport niet moet opleuken en het moet laten zoals het is. „Dertig jaar geleden hebben wij ooit voetbaluitslagen gedaan in plaats van het uitzenden van de 10km. De telefoon in Hilversum stond roodgloeiend. Men vroeg zich af hoe wij het in ons hoofd haalden de voetbaluitslagen voor te lezen en niet het schaatsen uit te zenden.”

To the top