12 Dec

I have a dream want hoe maak je lekkere Lahmacun?

Geschreven door: Harco Wattimena   Tussen droom en daad zit wat tijd, tijd die je kunt gebruiken om je droom te verwezenlijken. Sommige dromen lijken nooit uit te komen maar zijn absoluut waard om voor te vechten. Neem de droom van ds. Martin Luther King. Op 28 augustus 1963 hield hij het volk zijn droom voor waarin ieder mens gelijk is en zal worden beoordeeld op zijn of haar karakter en niet op huidskleur. Een droom, een schitterende droom trouwens, die overal ter wereld nog steeds een droom is. Maar het is wel een droom die je kunt realiseren wanneer je bij jezelf begint. Praktisch bekeken zou je kunnen beginnen op je werk of binnen je afdeling. Nederland heeft een multiculturele samenleving dus dat maakt Nederland perfect oefenmateriaal. Op mijn werk heb ik collega's van allerlei soorten komaf en ik beoordeel ze op de kwaliteit die ze afleveren. Dat is ook niet moeilijk omdat ik geen enkel wrok koester tegen welk volk dan ook. Het is ook niet moeilijk omdat ik in staat ben om niet iedereen over 1 kam te scheren. Hoe dat komt is simpel: ik praat met iedereen. Je kunt en mag nooit iemand veroordelen terwijl je de ander niet kent en mocht je een ijsbreker willen hebben, praat dan over eten. Eten. Iedere cultuur is trots op haar culinaire achtergrond, vraag maar eens aan een Turkse vrouw wat het geheim van een goede Lahmacun (Turkse pizza) is en voor je het weet ben je gerechten aan het uitwisselen. Volgens vele culturen moet je van eten een feest maken. En terecht want eten verbindt, je hoeft er alleen maar over te praten. Wat doe je trouwens wanneer je iemand met pech langs de weg ziet staan? Stop je of rij je door? Waarschijnlijk dat laatste hè..ja, dat dacht ik al. Waarom? Omdat je haast hebt? (We zijn tegenwoordig "druk..druk") of omdat het niet jou "f*ckin' problem" is? Of heeft deze meneer een Arabisch uiterlijk inclusief baard? Zie, talloze smoesjes zijn er om op te noemen om maar niet mee te willen werken aan de droom van ds. Martin Luther King. Want wanneer iets ver van mijn bed is dan is het zielig maar wanneer je zelf aan de bak moet, bijvoorbeeld een vluchteling in huis halen, dan krabben we ons nog een paar keer achter de oren om het vervolgens toch maar niet te doen want tja, da's best lastig toch zomaar iemand die je niet kent in huis halen. You've gotta learn to crawl before you learn to walk, zong Steven Tyler ooit dus meteen een vluchteling in huis halen hoeft niet maar over eten praten, mwa... dat kan altijd. Is ook leuk...

Van Leiden Centraal naar Voorschoten

Geschreven door: Maria C. Couprie   “Meneer, meneer!!!” Ik schrik op uit mijn halfslaap in de warme bank van de zoevende trein. “Meneer, meneer!”, de vraag klinkt steeds indringender en ik vraag me af waar ie vandaan komt. In de twee aansluitende vierzits-coupé’s zit naast me, aan de overkant van het gangpad, een ouder vrouwtje van een jaar of zeventig. Haar haar in een blauwige spoelingskrul en het tasje netjes op schoot. “Meneer, meneheer!” Haar uitroep wordt steed harder en ik vraag me af tegen wie ze heeft.   Tegenover de blauwe dame zit een Arabische heer. Zachtjes spreekt hij in zijn telefoon met de hem bekende woorden, zo soepel fluwelig dat ik het niet had gehoord. De blauwe dame trekt besluitvaardig haar rug van de leren leuning af om haar woorden nog meer kracht bij te zetten, de handen stevig om het hengsel van haar tasje klemmend. “Meneer, meneeeeheeer, …kunt u alstublieft ook ophouden met die afschuwelijke taal!”   Zes paar ogen houden subiet op met belangrijke bezigheden als appen, boekjes en boterhammen en staren verbaasd naar het paar. De Arabische man zegt een paar zachte klanken en drukt zijn telefoon uit: “Pardon mevrouw, kan ik u helpen?” De blauwe dame schiet verschrikt van haar eigen reactie in de emotie en herhaalt met uitschietende stem haar vraag: ”Kunt u misschien ook ophouden met die afschuwelijke taal!”   Langzaam staat de heer op en loopt naar het balkon waar hij met gesloten deur zacht zijn gesprek vervolgt. De blauwe dame kijkt zenuwachtig om zich heen “ Nou, het is toch een afschuwelijke taal” zegt ze en staart met de tranen in de ogen uit het raam. De zes ogen kijken elkaar vragend aan, wat moeten we hier nu mee aan? Na een paar minuten keert de Arabische meneer terug naar zijn plek en zegt: “Beste mevrouw, ik begrijp dat u aanstoot neemt aan mijn “anders zijn” in de voor u Nederlandse maatschappij? Om u ter wille te zijn en uw leeftijd in acht nemend, zal ik plaats nemen op een andere plek in deze trein.” De Arabische prins maakt een kleine buiging en gaat weer op het balkon staan. Wanhopig kijkt de blauwe dame ons aan. ”Nou, nou”, ze buigt haar blik af naar het raam waar ze hem laat staan. We moeten er snel uit, de hele troep, de dame blijft achter, blik in het landschap, schrap in het hengsel, de voeten strak naast elkaar. Op het perron kijk ik naar het NS-bord, bestemming Leeuwarden staat er. Leeuwarden, ik hoop dat ze haar daar beter begrijpen.    

To the top